Gisteren was ik nog eens te horen op de lokale radiozender Radio Yora in het kader van de "dag van de lokale mandataris" van sp.a Provincie Antwerpen. Het interview kan je herbeluisteren op http://www.gazetvanturnhout.be/wp/index.php/2008/04/29/spa-kopstukken-in-turnhout/
Enkele andere interviews uit het verleden die ook nog op het worldwideweb te vinden zijn:
-http://www.yora.be/blog/22-jarige-Hannes-Anaf-jongste-gemeenteraadslid-in-Turnhout
-http://www.gazetvanturnhout.be/wp/index.php/2007/02/28/podcast-jongpolitiekturnhout-jpt/
-http://www.turnhoutkiest.be/tk/2006/10/08/verkiezingsuitzending-leen-proost/
-http://www.gazetvanturnhout.be/wp/index.php/2006/09/22/turnhout-kiest-jongeren-op-de-turnhoutse-lijsten/
woensdag 30 april 2008
dinsdag 29 april 2008
Welkom
Beste bezoeker,
Wees welgekomen om mijn blog. In de toekomst zal u hier geregeld een update krijgen over vooral mijn politieke bezigheden. Ik denk dan onder andere aan mijn tussenkomsten in de Turnhoutse gemeenteraad, Animo-acties, vrije tribunes, persberichten,...
Als teaser zet ik zo dadelijk een korte beschouwing van mijn belevenissen in Kongo en enkele tussenkomsten op de gemeenteraad online. De tekst van Kongo dateert van eind 2006, toen ik als student aan de KULeuven voor mijn thesisonderzoek een maand in Kinshasa vertoefde.
Ik wens u veel leesplezier.
Wees welgekomen om mijn blog. In de toekomst zal u hier geregeld een update krijgen over vooral mijn politieke bezigheden. Ik denk dan onder andere aan mijn tussenkomsten in de Turnhoutse gemeenteraad, Animo-acties, vrije tribunes, persberichten,...
Als teaser zet ik zo dadelijk een korte beschouwing van mijn belevenissen in Kongo en enkele tussenkomsten op de gemeenteraad online. De tekst van Kongo dateert van eind 2006, toen ik als student aan de KULeuven voor mijn thesisonderzoek een maand in Kinshasa vertoefde.
Ik wens u veel leesplezier.
vrijdag 11 april 2008
Turnhout bant mosquito’s
11/04/2008 - Mosquito’s zijn apparaatjes die ultrasone geluiden produceren die enkel opgevangen kunnen worden door jongeren. Zo worden jongeren op een sluwe, onzichtbare manier weggejaagd van het openbaar domein.
Raadslid Hannes Anaf (sp.a) bracht het punt op de vorige gemeenteraad en riep op om de mosquito’s in Turnhout te verbieden. Hannes: “Jongeren hebben evenveel recht dan wie dan ook om gebruik te maken van het openbaar domein. De overgrote meerderheid doet dit zonder overlast te veroorzaken. Uiteraard zijn er altijd wel rotte appels, maar die vind je in elke leeftijdscategorie of bevolkingsgroep terug. Het is dan de taak van de politiediensten om tegen die overlast op te treden. Jongeren met een ultrasoon geluid wegjagen is mensonterend en kan absoluut niet getolereerd worden in onze stad.”
Turnhout kwam de laatste maanden al enkele keren in het nieuws in verband met het fenomeen “hangjongeren”. Een eerste keer in de zomer, toen er nogal wat te doen was rond de jongeren die aan het kasteel rondhingen. Het stadsbestuur gaf toen echter een positief signaal door niet repressief op te treden, maar in tegendeel in dialoog te treden met de jongeren. Midden januari kwam er dan een tweede positief signaal. Enkele van de “hangjongeren” werden uitgenodigd om op te treden op respectievelijk de nieuwjaarsreceptie van de stedelijke jeugddienst en de nieuwjaarsreceptie van de stad Turnhout. Hannes: “Daarom vroeg ik op de gemeenteraad om voor de derde keer een positief signaal te geven en een principieel standpunt in te nemen tegen mosquito’s. Het is immers zo dat die apparaatjes aan een opmars bezig zijn richting ons land. We kunnen daarom beter proactief acteren en ervoor zorgen dat we er nooit mee geconfronteerd worden.”
De Vlaams Belang-fractie opperde tijdens de gemeenteraad dat het niet aan de stad Turnhout, maar wel aan de hogere overheden is om de mosquito’s te verbieden. Hannes reageerde echter gevat: “Daar kan ik u in volgen, maar ik heb daarstraks nog telefonisch contact gehad met het kabinet Anciaux en daar is men er nog niet uit of het nu een Vlaamse, dan wel een federale bevoegdheid betreft. De minister heeft ook beloofd om het probleem aan te kaarten op de volgende Europese Raad voor Ministers van Jeugd. In afwachting daarvan kunnen we in Turnhout best bekijken of we de apparaatjes in tussentijd al kunnen verbieden en of daar een aanpassing van het politiereglement voor nodig is.”Waarop burgemeester Hendrickx beloofde de nodige stappen te zullen ondernemen.
Raadslid Hannes Anaf (sp.a) bracht het punt op de vorige gemeenteraad en riep op om de mosquito’s in Turnhout te verbieden. Hannes: “Jongeren hebben evenveel recht dan wie dan ook om gebruik te maken van het openbaar domein. De overgrote meerderheid doet dit zonder overlast te veroorzaken. Uiteraard zijn er altijd wel rotte appels, maar die vind je in elke leeftijdscategorie of bevolkingsgroep terug. Het is dan de taak van de politiediensten om tegen die overlast op te treden. Jongeren met een ultrasoon geluid wegjagen is mensonterend en kan absoluut niet getolereerd worden in onze stad.”
Turnhout kwam de laatste maanden al enkele keren in het nieuws in verband met het fenomeen “hangjongeren”. Een eerste keer in de zomer, toen er nogal wat te doen was rond de jongeren die aan het kasteel rondhingen. Het stadsbestuur gaf toen echter een positief signaal door niet repressief op te treden, maar in tegendeel in dialoog te treden met de jongeren. Midden januari kwam er dan een tweede positief signaal. Enkele van de “hangjongeren” werden uitgenodigd om op te treden op respectievelijk de nieuwjaarsreceptie van de stedelijke jeugddienst en de nieuwjaarsreceptie van de stad Turnhout. Hannes: “Daarom vroeg ik op de gemeenteraad om voor de derde keer een positief signaal te geven en een principieel standpunt in te nemen tegen mosquito’s. Het is immers zo dat die apparaatjes aan een opmars bezig zijn richting ons land. We kunnen daarom beter proactief acteren en ervoor zorgen dat we er nooit mee geconfronteerd worden.”
De Vlaams Belang-fractie opperde tijdens de gemeenteraad dat het niet aan de stad Turnhout, maar wel aan de hogere overheden is om de mosquito’s te verbieden. Hannes reageerde echter gevat: “Daar kan ik u in volgen, maar ik heb daarstraks nog telefonisch contact gehad met het kabinet Anciaux en daar is men er nog niet uit of het nu een Vlaamse, dan wel een federale bevoegdheid betreft. De minister heeft ook beloofd om het probleem aan te kaarten op de volgende Europese Raad voor Ministers van Jeugd. In afwachting daarvan kunnen we in Turnhout best bekijken of we de apparaatjes in tussentijd al kunnen verbieden en of daar een aanpassing van het politiereglement voor nodig is.”Waarop burgemeester Hendrickx beloofde de nodige stappen te zullen ondernemen.
zaterdag 25 november 2006
Een Leuvense student/Turnhoutse socialist in Kongo (2006)
Chaos. Beter kan je de luchthaven van Kinshasa niet beschrijven. Na een vermoeiende reis van 10 uur stap ik het Afrikaanse tarmac op. Een drukkende hitte overvalt me. Spijtig genoeg wacht me geen frisse pint, maar wel een stresserende douane- controle en een zoektocht naar mijn bagage, onderwijl oplettend dat mijn laptop niet gestolen wordt.
Opgelucht wandel ik het luchthavengebouw uit. Gelukkig is iemand me komen ophalen. Ik laat me gewillig meevoeren op een helse tocht door de donkere straten van een levendige hoofdstad. Straten ? Nee, misschien is rally- parcours een beter woord. Als u dacht dat men in Italië wild reed, moet u zich zeker eens in het Afrikaanse verkeer begeven.
Het weerzien met mijn gastheer en zijn gezin is hartelijk, en de vrouwe des huizes maakt me een lekkere omelet klaar. Eigenlijk heb ik toch enorm veel geluk gehad, bedenk ik me als ik ’s avonds uitgeput in bed kruip. Geluk omdat ik kennissen heb in Kinshasa waar ik bij kan blijven logeren. Geluk ook omdat ik de unieke gelegenheid krijg om mijn thesisonderzoek over het vertrouwen in de politiek in Kongo te doen. En vooral geluk omdat ik in Kongo aanwezig ben, net in de periode van de tweede ronde van de allereerste democratische verkiezingen sinds 1965.
We spreken 16 oktober 2006, en de gemeenteraadsverkiezingen zijn amper een week voorbij. Veel tijd om te bekomen van een zware campagne was er dus niet. Maar wie gaat daar over klagen ? Ik zit in een land waar het elke dag meer dan 30°C is, in een appartement op de Belgische ambassade en popel om aan de slag te gaan.
Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Het eerste contact met Paul, mijn Kongolese begeleider, verloopt op zijn zachtst gezegd moeizaam. Mijn kennis van het frans lijkt niet voldoende te zijn om me hier te redden. Kongolezen hebben blijkbaar een speciaal accent, waardoor het niet gemakkelijk is hen te verstaan. Helemaal in de put was ik die dag, en ik zag het werkelijk niet meer zitten.
Het volgende contact ging gelukkig al een heel stuk vlotter. Het onderzoek begint nu ook op gang te geraken, al is het moeilijk om contacten te leggen. Alles moet hier zo officieel. Daarbij komt nog dat de verkiezingen nu werkelijk voor de deur staan en alle professoren politieke wetenschappen zijn uiteraard daar mee bezig, veel tijd voor mijn onderzoek hebben ze op dit historisch moment niet. Zeer begrijpelijk, maar wel frustrerend.
Frustrerend omdat ik mij dood verveel. Alleen op straat komen is zeer gevaarlijk, buiten komen als het donker is, is uitgesloten. Te gevaarlijk. Als je weet dat het al om 18u donker is, en dat mijn begeleider ook niet altijd tijd heeft om met mij te gaan wandelen, begrijp je dat ik uitkijk naar het moment waarop ik mijn enquêtes kan afnemen.
Als de dag van de verkiezingen nadert, stijgt de spanning in de stad. Iedereen heeft het er over, er hangt iets in de lucht. Evacuatieplannen worden gemaakt, voorraden ingeslagen. Dan breekt de cruciale dag aan. En wat blijkt ? Het regent. ‘So what?’ hoor ik je zeggen. Wel, als het regent in Kinshasa, dan valt het leven stil. Niemand waagt zich door dit hondenweer. Dit heeft 2 gevolgen voor de stembusgang. Ten eerste: een zeer lage opkomst in Kinshasa, wat een serieuze tegenslag is voor Bemba, die hier een groot deel van zijn stemmen moet halen. Maar ten tweede: van de voorspelde onrusten is geen sprake. Het is kalm in de straten, alles is totaal verlaten. De internationale gemeenschap slaakt, samen met de inwoners van Kinshasa, een zucht van verlichting.
De dag na de verkiezingen volgt er echter slechter nieuws. De moeder van mijn gastheer is overleden in België en het hele gezin gaat voor enkele weken terug. Nog meer eenzaamheid dus, ik had me meer van deze reis voorgesteld.
Maar opeens komt alles in een stroomversnelling. De decaan van de Université de Kinshasa (UNIKIN) is enorm enthousiast over mijn onderzoek naar het politiek vertrouwen in Kongo, en aangezien hij enkele dagen later naar Lumumbashi vertrekt voor enkele weken, en hij er op staat persoonlijk mee te werken, gaat alles opeens snel. Enquêtes worden gekopieerd, ingevuld en verwerkt. Groepsgesprekken worden georganiseerd, en ook de decaan zelf wordt geïnterviewd.
Na enkele dagen vertraging en na van hier naar daar en terug gestuurd geweest te zijn, neem ik op de andere universiteit, de Protestantse Universiteit, zelf maar het initiatief. Gedaan met wachten op stempels en handtekeningen, zot werd ik er van. Als alle enquêtes ingevuld terug bezorgd zijn, en de afspraken voor gesprekken gemaakt, vervroeg ik mijn vliegtuigticket. Het heeft immers geen enkele zin nog langer in deze gevaarlijke stad te blijven als mijn onderzoek afgerond is.
De uitslag van de verkiezingen wordt voor 1 van de volgende dagen verwacht. En de verwachtingen zijn dat dan de hel wel eens zou kunnen losbarsten. Verschillende buitenlanders verlaten reeds Kinshasa, of laten toch tenminste hun vrouw en kinderen naar hun thuisland ‘op vakantie’ vertrekken.
Ik moet echter nog 1 keer naar de universiteit om een aantal interviews te gaan doen, de volgende dag moet ik afscheid nemen van Afrika.
Vroeg in de ochtend vertrekken we naar de universiteit. Daar ben ik net bezig met een groepsgesprek met een aantal studenten, als ik telefoon krijg van de ambassade. Er zijn rellen uitgebroken aan de residentie van Bemba, en ik krijg het advies voorzichtig te zijn.
Nog snel 1 interview met een prof, spreek ik met mijn begeleider af.
Na 2 vragen gesteld te hebben, gaat de gsm opnieuw over. De boodschap is duidelijk: Maak dat je terug op de ambassade bent, NU. Ik geef de gsm over aan Paul, die Kinshasa veel beter kent en met de veiligheidsmensen van de ambassade een veilige route afspreekt.
We vertrekken te voet in de hoop snel vervoer te vinden.
Hadden we nu maar een eigen vervoermiddel…
Na 2 verschillende taxi’s genomen te hebben, krijgen we er eindelijk 1 te pakken die ons rechtstreeks naar de ambassade wil brengen. We zijn al meer dan een uur onderweg in een loden hitte. Het verkeer is volledig in de war, en de ramen van de auto mogen niet open omdat de chauffeur vreest dat iemand mij zou aanvallen.
Eindelijk komen we in de buurt van de ambassade, maar dan maakt de chauffeur opeens met gierende banden rechtsomkeert. Het wordt muisstil in de auto als we tegen hoge snelheid wegscheuren. We waren bijna in de hel beland. 50 meter verder en we hadden met stenen bekogeld geweest, of misschien was onze auto wel in brand gestoken, of waren we uit de wagen gesleurd en God weet wat er dan nog allemaal met ons, en vooral met mij, was gebeurd. De aanhangers van Bemba waren er immers heilig van overtuigd dat de buitenlanders Kabila steunden. Moet ik er nog bij vertellen dat die mannen ook tot de tanden bewapend waren, en niet bepaald vriendelijk keken?
We besluiten dan maar helemaal naar de andere kant van de stad te rijden, naar het huis van de ouders van Paul, in de hoop dat het daar wat veiliger zou zijn.
Na een tocht van meer dan 2 uur in de nog steeds snikhete auto te zitten in een niet bepaald veilige omgeving, komen we eindelijk bij Paul thuis aan. Oef.
Paul’s moeder is enorm gastvrij en biedt me meteen iets te drinken aan. Er zit niets anders op, ik zal hier moeten blijven eten, en ik zou ook mogen blijven slapen, maar ik moet mijn valies nog maken en het appartement een beetje netjes achterlaten.
Na een pikante maar lekkere typisch Kongolese maaltijd met Primus- bier erbij, word ik door Paul’s vader aan de ambassade afgezet. De stad lijkt tot rust gekomen na een woelige dag met enkele dodelijke slachtoffers. Ik neem afscheid van Paul en wens hem het beste toe voor de toekomst.
De volgende dag is het akelig stil in de stad. Een vriend van mijn gastheer komt me oppikken om samen mijn bagage in te checken en daarna in de ‘club’ een namiddag aan het zwembad door te brengen. Die club is een soort elite- eiland in een oceaan van armoede. Het contrast met de buitenwereld is enorm. En zo breng ik mijn laatste dag in Kinshasa door met een 3- gangen- menu aan het zwembad, met een cd&v- gekleurde ambassade- medewerker, een legerofficier, en een voormalig lid van het nationaal secretariaat van Animo.
Opgelucht, maar toch ook met spijt in het hart, stap ik ’s avonds het vliegtuig in. Spijt omdat het al bij al toch wel een enorme ervaring is geweest, ik zou het onmiddellijk opnieuw doen.
In Zaventem vliegen mijn ouders me rond de nek, ongerust als ze geweest waren door de berichten in de media. Het is 4 uur ’s ochtends en een uurtje later rijden we in Turnhout de oprit op. Vlug een paar uurtjes slapen, en dan terug naar Leuven. Mijn beste vrienden zijn nog in de waan dat ik pas 2 weken later zou terugkomen. Ze worden door iemand naar Politika gelokt, en de verrassing is compleet. Ik sta er wel wat verweesd bij, het contrast is zo groot. Het lijkt of ik nooit weggeweest ben, maar diep binnenin voel ik dat ik veranderd ben, volwassen geworden misschien zelfs, wie weet.
Opgelucht wandel ik het luchthavengebouw uit. Gelukkig is iemand me komen ophalen. Ik laat me gewillig meevoeren op een helse tocht door de donkere straten van een levendige hoofdstad. Straten ? Nee, misschien is rally- parcours een beter woord. Als u dacht dat men in Italië wild reed, moet u zich zeker eens in het Afrikaanse verkeer begeven.
Het weerzien met mijn gastheer en zijn gezin is hartelijk, en de vrouwe des huizes maakt me een lekkere omelet klaar. Eigenlijk heb ik toch enorm veel geluk gehad, bedenk ik me als ik ’s avonds uitgeput in bed kruip. Geluk omdat ik kennissen heb in Kinshasa waar ik bij kan blijven logeren. Geluk ook omdat ik de unieke gelegenheid krijg om mijn thesisonderzoek over het vertrouwen in de politiek in Kongo te doen. En vooral geluk omdat ik in Kongo aanwezig ben, net in de periode van de tweede ronde van de allereerste democratische verkiezingen sinds 1965.
We spreken 16 oktober 2006, en de gemeenteraadsverkiezingen zijn amper een week voorbij. Veel tijd om te bekomen van een zware campagne was er dus niet. Maar wie gaat daar over klagen ? Ik zit in een land waar het elke dag meer dan 30°C is, in een appartement op de Belgische ambassade en popel om aan de slag te gaan.
Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Het eerste contact met Paul, mijn Kongolese begeleider, verloopt op zijn zachtst gezegd moeizaam. Mijn kennis van het frans lijkt niet voldoende te zijn om me hier te redden. Kongolezen hebben blijkbaar een speciaal accent, waardoor het niet gemakkelijk is hen te verstaan. Helemaal in de put was ik die dag, en ik zag het werkelijk niet meer zitten.
Het volgende contact ging gelukkig al een heel stuk vlotter. Het onderzoek begint nu ook op gang te geraken, al is het moeilijk om contacten te leggen. Alles moet hier zo officieel. Daarbij komt nog dat de verkiezingen nu werkelijk voor de deur staan en alle professoren politieke wetenschappen zijn uiteraard daar mee bezig, veel tijd voor mijn onderzoek hebben ze op dit historisch moment niet. Zeer begrijpelijk, maar wel frustrerend.
Frustrerend omdat ik mij dood verveel. Alleen op straat komen is zeer gevaarlijk, buiten komen als het donker is, is uitgesloten. Te gevaarlijk. Als je weet dat het al om 18u donker is, en dat mijn begeleider ook niet altijd tijd heeft om met mij te gaan wandelen, begrijp je dat ik uitkijk naar het moment waarop ik mijn enquêtes kan afnemen.
Als de dag van de verkiezingen nadert, stijgt de spanning in de stad. Iedereen heeft het er over, er hangt iets in de lucht. Evacuatieplannen worden gemaakt, voorraden ingeslagen. Dan breekt de cruciale dag aan. En wat blijkt ? Het regent. ‘So what?’ hoor ik je zeggen. Wel, als het regent in Kinshasa, dan valt het leven stil. Niemand waagt zich door dit hondenweer. Dit heeft 2 gevolgen voor de stembusgang. Ten eerste: een zeer lage opkomst in Kinshasa, wat een serieuze tegenslag is voor Bemba, die hier een groot deel van zijn stemmen moet halen. Maar ten tweede: van de voorspelde onrusten is geen sprake. Het is kalm in de straten, alles is totaal verlaten. De internationale gemeenschap slaakt, samen met de inwoners van Kinshasa, een zucht van verlichting.
De dag na de verkiezingen volgt er echter slechter nieuws. De moeder van mijn gastheer is overleden in België en het hele gezin gaat voor enkele weken terug. Nog meer eenzaamheid dus, ik had me meer van deze reis voorgesteld.
Maar opeens komt alles in een stroomversnelling. De decaan van de Université de Kinshasa (UNIKIN) is enorm enthousiast over mijn onderzoek naar het politiek vertrouwen in Kongo, en aangezien hij enkele dagen later naar Lumumbashi vertrekt voor enkele weken, en hij er op staat persoonlijk mee te werken, gaat alles opeens snel. Enquêtes worden gekopieerd, ingevuld en verwerkt. Groepsgesprekken worden georganiseerd, en ook de decaan zelf wordt geïnterviewd.
Na enkele dagen vertraging en na van hier naar daar en terug gestuurd geweest te zijn, neem ik op de andere universiteit, de Protestantse Universiteit, zelf maar het initiatief. Gedaan met wachten op stempels en handtekeningen, zot werd ik er van. Als alle enquêtes ingevuld terug bezorgd zijn, en de afspraken voor gesprekken gemaakt, vervroeg ik mijn vliegtuigticket. Het heeft immers geen enkele zin nog langer in deze gevaarlijke stad te blijven als mijn onderzoek afgerond is.
De uitslag van de verkiezingen wordt voor 1 van de volgende dagen verwacht. En de verwachtingen zijn dat dan de hel wel eens zou kunnen losbarsten. Verschillende buitenlanders verlaten reeds Kinshasa, of laten toch tenminste hun vrouw en kinderen naar hun thuisland ‘op vakantie’ vertrekken.
Ik moet echter nog 1 keer naar de universiteit om een aantal interviews te gaan doen, de volgende dag moet ik afscheid nemen van Afrika.
Vroeg in de ochtend vertrekken we naar de universiteit. Daar ben ik net bezig met een groepsgesprek met een aantal studenten, als ik telefoon krijg van de ambassade. Er zijn rellen uitgebroken aan de residentie van Bemba, en ik krijg het advies voorzichtig te zijn.
Nog snel 1 interview met een prof, spreek ik met mijn begeleider af.
Na 2 vragen gesteld te hebben, gaat de gsm opnieuw over. De boodschap is duidelijk: Maak dat je terug op de ambassade bent, NU. Ik geef de gsm over aan Paul, die Kinshasa veel beter kent en met de veiligheidsmensen van de ambassade een veilige route afspreekt.
We vertrekken te voet in de hoop snel vervoer te vinden.
Hadden we nu maar een eigen vervoermiddel…
Na 2 verschillende taxi’s genomen te hebben, krijgen we er eindelijk 1 te pakken die ons rechtstreeks naar de ambassade wil brengen. We zijn al meer dan een uur onderweg in een loden hitte. Het verkeer is volledig in de war, en de ramen van de auto mogen niet open omdat de chauffeur vreest dat iemand mij zou aanvallen.
Eindelijk komen we in de buurt van de ambassade, maar dan maakt de chauffeur opeens met gierende banden rechtsomkeert. Het wordt muisstil in de auto als we tegen hoge snelheid wegscheuren. We waren bijna in de hel beland. 50 meter verder en we hadden met stenen bekogeld geweest, of misschien was onze auto wel in brand gestoken, of waren we uit de wagen gesleurd en God weet wat er dan nog allemaal met ons, en vooral met mij, was gebeurd. De aanhangers van Bemba waren er immers heilig van overtuigd dat de buitenlanders Kabila steunden. Moet ik er nog bij vertellen dat die mannen ook tot de tanden bewapend waren, en niet bepaald vriendelijk keken?
We besluiten dan maar helemaal naar de andere kant van de stad te rijden, naar het huis van de ouders van Paul, in de hoop dat het daar wat veiliger zou zijn.
Na een tocht van meer dan 2 uur in de nog steeds snikhete auto te zitten in een niet bepaald veilige omgeving, komen we eindelijk bij Paul thuis aan. Oef.
Paul’s moeder is enorm gastvrij en biedt me meteen iets te drinken aan. Er zit niets anders op, ik zal hier moeten blijven eten, en ik zou ook mogen blijven slapen, maar ik moet mijn valies nog maken en het appartement een beetje netjes achterlaten.
Na een pikante maar lekkere typisch Kongolese maaltijd met Primus- bier erbij, word ik door Paul’s vader aan de ambassade afgezet. De stad lijkt tot rust gekomen na een woelige dag met enkele dodelijke slachtoffers. Ik neem afscheid van Paul en wens hem het beste toe voor de toekomst.
De volgende dag is het akelig stil in de stad. Een vriend van mijn gastheer komt me oppikken om samen mijn bagage in te checken en daarna in de ‘club’ een namiddag aan het zwembad door te brengen. Die club is een soort elite- eiland in een oceaan van armoede. Het contrast met de buitenwereld is enorm. En zo breng ik mijn laatste dag in Kinshasa door met een 3- gangen- menu aan het zwembad, met een cd&v- gekleurde ambassade- medewerker, een legerofficier, en een voormalig lid van het nationaal secretariaat van Animo.
Opgelucht, maar toch ook met spijt in het hart, stap ik ’s avonds het vliegtuig in. Spijt omdat het al bij al toch wel een enorme ervaring is geweest, ik zou het onmiddellijk opnieuw doen.
In Zaventem vliegen mijn ouders me rond de nek, ongerust als ze geweest waren door de berichten in de media. Het is 4 uur ’s ochtends en een uurtje later rijden we in Turnhout de oprit op. Vlug een paar uurtjes slapen, en dan terug naar Leuven. Mijn beste vrienden zijn nog in de waan dat ik pas 2 weken later zou terugkomen. Ze worden door iemand naar Politika gelokt, en de verrassing is compleet. Ik sta er wel wat verweesd bij, het contrast is zo groot. Het lijkt of ik nooit weggeweest ben, maar diep binnenin voel ik dat ik veranderd ben, volwassen geworden misschien zelfs, wie weet.
Abonneren op:
Posts (Atom)